Sjeek Spier: ZWAKKE OUDERS

Nieuws » Sjeek Spier: ZWAKKE OUDERS

2 oktober 2017

Ik heb duizenden boeken gelezen in mijn leven. Dat is trouwens ook het enige moment geweest dat ik er gelegenheid voor had. Van Fjodor Dostojevski tot Maarten ’t Hart en van Hella Haase tot vooral Hermann Hesse, ik verslond het allemaal. Zelfs Harry Mulisch. Al zet hij midden in het Dwingelerveld elektrische kettingzagen aan het werk (boek: Ontdekking van de hemel). Alsof daar stopcontacten te vinden zijn.

De Kameleonboeken verschaften mij het meeste leesplezier. Als kind kon ik mij volledig identificeren met de hoofdpersonen, Hielke en Sietse, en hun Friese boerenleefomgeving vol water en weiland. Ik was immers zelf boerenzoon en altijd op en rond het water te vinden: schaatsen, zwemmen, vissen en vlotten bouwen. Die vlotten waren mijn Kameleon.

In Kameleon Ahoy voert de schrijver, Hotze de Roos, een schaatswedstrijd op. Nagenoeg de voltallige dorpsjeugd doet mee, zo leert een rekensommetje. Hielke en Sietse wonen namelijk in een typisch Fries dorp met één bakker; één slager en één groenteboer. Dat betekent in de jaren vijftig en zestig, waarin de Kameleonboeken zich afspelen, dat het dorp rond de zevenhonderd en vijftig inwoners kent. Je mag aannemen dat bejaarden en kleine kinderen zich niet inschreven voor de wedstrijd. Vrouwen evenmin. Sporten is in die tijd nog geen vrouwending.

Toch blijven er veel deelnemers over. Anders zou de organisatie het niet nodig vinden om in een dorp waar iedereen iedereen kent, startnummers toe te kennen (Sietse dertien, een nummer waarmee Evert van B. twee Elfstedentochten won). Dat ook de jeugd massaal meedoet valt ook af te leiden uit het wedstrijdverslag. Daaruit blijkt bovendien dat die jeugd verdienstelijk schaatst. In de jaren vijftig en zestig beschikt de jeugd dus massaal over schaatsen en men kan er nog op uit de voeten ook. Kom daar tegenwoordig nog eens om. Als een kind al schaatsen heeft, zijn het van die inferieure ijshockeyklompen van Chinese makelij, waarop je allesbehalve kunt schaatsen en die in feite niet eens schaatsen mogen worden genoemd. “Ja maar, onze Priscilla en onze Milan kunnen niet op gewone schaatsen. Ze zijn geboren met zwakke enkels”, hoor je ouders nogal eens verzuchten. Kletskoek! We zijn allemaal geboren met zwakke enkels en hebben allemaal onze enkels getraind en schaatsen geleerd door te oefenen op echte schaatsen. Op houtjes, easygliders of noren.

Edoch, je moet wel ouders hebben die je oefentijd gunnen en je niet meteen op ijshockeyklompen zetten. Dan ben je namelijk niet alleen geboren met zwakke enkels maar ook met zwakke ouders.

Tot betere tijden,

Sjeek Spier