Sjeek Spier: SCHAATSDROOM

Nieuws » Sjeek Spier: SCHAATSDROOM

30 oktober 2017

Oeps! Ik lig al voor ik er erg in heb. Kan gebeuren. Gewoon opstaan en verder schaatsen. Alleen even het ritme hervinden. Verroest! Daar val ik weer. Weer bij het ingaan van de bocht. Weer weet ik niet waarom. Gelukkig vangen de kussens mij ook ditmaal zacht op. Ik kan zonder blessures verder schaatsen. Daar nader ik alweer een bocht. Nu goed inzetten, zodat ik niet….. Bliksems! Hoe kan dat nou? Normaal val ik één, hooguit twee keer per seizoen en nu drie keer op één avond. Er is vast iets met mijn schaatsen aan de hand. Laat ik die eerst maar eens inspecteren. Hm, niks aan te zien. Zou het dan toch toeval zijn? Vooruit maar weer. De eerstvolgende bocht maar even voorzichtig benader….. Verdorie! Ik doe amper één stap pootje over of ik glijd alweer in de kussens. Er moet iets met de schaatsen loos zijn. Uit die dingen! Nee, toch echt niks aan te zien. Dan maar weer aan. Ik kan immers het schaatsen niet van het ene op het andere moment zijn verleerd. Een beetje angstig nader ik de bocht. Aarggh! Daar is het kussen alweer. Van woede sla ik met mijn hand op het ijs. Ik zal laten zien dat ik nog steeds kan schaatsen. Prompt zoek ik mijn plekje in het treintje weer op. Dood spul is geen baas, houd ik mijzelf voor als ik de bocht weer na….. Shit! Ik zie de andere schaatsers denken: “Wat moet die vent toch steeds in de kussens?” Ik besluit het nog één keer te proberen. Nog drie slagen tot de bocht; nog twee; nog één. Verd….! Net voor ik mijn verwensing heb uitgesproken, hoor ik mijn vrouw mij: “Wat lig je toch te woelen?”

Nog voor ik mij goed en wel realiseer dat ik heb gedroomd, begrijp ik waarom ik juist telkens val bij het ingaan van de bocht. Iedere keer als ik pootje over wil doen, woel ik het dekbed tussen mijn benen. Ik struikel dus over mijn eigen dekbed. En het kussen dat mij telkens zo heerlijk zacht opvangt? Dat was gewoon mijn eigen kussen. “Droom je?” “Ach ja, een nachtmerrie over schaatsen.” “Wat, ben je nu ’s nachts ook al met dat stomme schaatsen bezig?! Je bent niet goed snik!” Het dringt amper tot mij door, want ik voel mij vooral opgelucht dat ik slechts droomde. Stel je voor dat ik echt in iedere bocht zou vallen.

Het is trouwens al de tweede keer dat ik over schaatsen droom. De eerste keer droomde ik dat ik Nederlands; Europees; wereld- en Olympisch kampioen werd. O ja, en ik won ook nog de Elfstedentocht. Dat was een droom die ik droomde op klaarlichte dag. Een droom die mijn hele kindertijd duurde en die ik samen droomde met duizenden andere kinderen. Zoals diezelfde droom ook nu nog steeds door duizenden kinderen wordt gedroomd.

Edoch, het is een droom die best werkelijkheid kan worden. Als je maar hard genoeg traint. En vooral, heel, heel, heel hard in die droom gelooft.

Tot betere tijden

Sjeek Spier