Sjeek Spier: WHAT’S IN A NAME?

Nieuws » Sjeek Spier: WHAT’S IN A NAME?

9 december 2016

“Wat doet een naam er eigenlijk toe?”, vroeg ooit een Engelse schrijver van wie de naam nagenoeg net zo klinkt als die van mij. Deze Engelsman vervolgde zijn betoog met: “Een roos zou immers net zo lieflijk hebben geroken als hij anders had geheten?” Ja, dat wel. Toch bewijst de stelling van de brave borst dat Engelsen geen verstand hebben van schaatsen. In de schaatsenrijderij doet een naam er namelijk wel degelijk toe.

Vraag maar aan Jan Bols. Aan de Jan Bols, die een halve eeuw geleden samen met Ard Schenk en Kees Verkerk het Nederlandse supertrio vormde en die nog wekelijks op hoge snelheid rondjes draait. Die Jan zou destijds nooit zo hard hebben kunnen schaatsen als vanaf de tribunes niet onophoudelijk, meeslepend en deinend had geklonken: “HEJA JAN BOLS, HEJA JAN BOLS, HEJA HEJA HEJA JAN BOLS, HEJA JAN BOLS……..!” Stel je eens voor dat Jan Bols geen Jan Bols had geheten maar  Pietje van Overschie. Wat had het publiek dan moeten zingen? HEJA PIETJE VAN OVERSCHIE? Nee, dat bekt niet. Waarschijnlijk had Jan, die dan Pietje had geheten, enkel op eigen kracht moeten schaatsen.

Weet je aan wie je het ook kunt vragen? Aan Leo Visser. Leo was van 1986 tot 1992 één van de helden. Zodra Leo was gestart zette het publiek in en klonk een langgerekt, indringend en kippenvel oproepend: “LEEEEEEEEEEEEEO! LEEEEEEEEEEEEEO! LEEEEEEEEEEEEEO!” Tenminste het publiek waar Leo naartoe schaatste zette in, zodat het langgerekte: “LEEEEEE-EEEEEEEEEEEO!” als de wave door het stadion galmde en Leo alleen maar achter zijn eigen naam hoefde aan te schaatsen. Hoe sneller het “LEEEEEEEEEEEEEO!” over de tribunes rolde, hoe sneller Leo schaatste.

Voor tegenstanders waren al die Leo-decibellen ronduit intimiderend. De Zweed Tomas Gustafson verklaarde na afloop van zijn schaatsloopbaan zelfs dat een loting tegen Leo de slechtst denkbare aller lotingen was. Dit, omdat je niet alleen door de luchtweerstand, maar ook door een geluidsorkaan moest breken.

Nu we weten what in a name is, stel ik in het belang van de Nederlandse schaatssport een wet voor die ouders verplicht, hun kinderen louter nog namen te geven waarmee het schaatspubliek wel raad weet.

Edoch, mocht je al geboren zijn en helaas een naam hebben meegekregen die niet aan deze eis voldoet, maar je wilt toch kampioen worden, dan zit er niks anders op dan keihard trainen.

Tot betere tijden,

Sjeek Spier