Sjeek Spier – PIJN IS MAAR VOOR EVEN…..
23 december 2011
Vind je het gek dat ik nog stellig in Sinterklaas geloofde? Die beste man had mij immers net een paar fonkelnieuwe schaatsen in de schoen gedaan. Echte houtjes zelfs, met feloranje schaatsbanden en met leren riempjes die stonken van nieuwigheid.
Sinterklaas was het land nog uit of de vorst viel in. Drie dagen later schaatsten W. en P. al op de vaart voor onze boerderij. W. en P. waren waaghalzen, wist mijn vader. Pas toen hij de steel van zijn hooivork niet meer door het ijs kon stoten, geloofde ook hij dat het ijs betrouwbaar was. Vol ongeduld nam ik plaats op de keukenstoel, zodat mijn vader mij mijn sinterklaasgeschenk kon onderbinden. Jazeker, destijds deed je geen schaatsen aan, je bond ze onder. Zodra dat klusje was geklaard droeg mijn vader mij op zijn rug naar het ijs, waar ik achter dezelfde keukenstoel mijn eerste schaatspassen waagde. Al snel ontdekte ik dat ik mij niet meteen in de Olympische selectie zou rijden. Er was namelijk iets mis met mijn schaatsen. Ze gleden alle kanten op. Behalve dan de kant die ze opmoesten. Na ruim een uur vallen en opstaan bereikte ik de brug. Nu wilde ik terug. Dat viel vies tegen. De oostenwind die op de heenweg mijn beste vriend was geweest, toonde zich nu mijn ergste vijand. Ik raakte vermoeid en kreeg het koud. Terwijl mijn hielen in brand leken te staan. Dat kwam door de blaren, leerde ik later. Wie had mij wijs gemaakt dat schaatsen leuk was? Prompt werd ik boos op Sinterklaas. Per slot van rekening had hij mij die martelwerktuigen gegeven. Ten einde raad besloot ik plaats te nemen op de keukenstoel, om een potje te huilen.
Opeens hoorde ik gekras. Een oude boer uit de buurt kwam aanschaatsen. Hij wilde weten waarom ik huilde. Nadat ik mij had beklaagd, grijnsde hij: “Dat heeft elk kind dat voor het eerst schaatst. Maar alleen kinderen die doorzetten worden echte schaatsers. Want dat wil je toch zeker worden?” Ik haastte mij om te knikken. Hij mocht eens denken dat ik geen echte schaatser wilde worden. “Nou vooruit, achter de stoel dan maar weer, jongen. Want morgen kan het dooi zijn”.
De volgende dag voelde ik geen pijn of vermoeidheid meer. Bovendien scheen de zon. Ik wilde die vermaledijde schaatsen toch weer proberen. Het ging warempel stukken beter. Stapje voor stapje leerde ik schaatsen. Die oude boer had dus gelijk: alleen doorzetters worden echte schaatsers. Helaas is de oude boer overleden. Hij kan geen kinderen meer aansporen.
Edoch, wat die boer mij leerde kunnen kinderen tegenwoordig op het Internet teruglezen in de lijfspreuk van Sven Kramer: “Pijn is maar voor even, opgeven voor altijd”.
Tot betere tijden.
Sjeek Spier
2011-12