Marathon is geen makkie.

Nieuws » Marathon is geen makkie.

13 december 2011

Marathon is geen makkie.

Toen ik nog een klein mannetje was wilde ik niets anders dan hard rijden op afstanden als de 500 en de 1000 meter. Na een paar jaar kwam ik er achter dat ik niet zoveel sprintvezels bezat, dus kwam ik steeds vaker uit op de drie kilometer. Terwijl mijn schaatsmaten Robin Smit en Mick Kraeima de overstap maakten naar de marathon, wilde ik daar niets van weten. Het langebaanschaatsen was alles, daar moest het op gebeuren.

Na veelvuldig aandringen debuteerde ik in 2008 als marathonschaatser in de C2 categorie. Niet onverdienstelijk, want ik won een wedstrijd, en werd daarnaast ook baankampioen in deze klasse. Sindsdien ben ik helemaal om. Het langebaanschaatsen heb ik volledig aan de kant geschoven en de concentratie ligt nu volledig op het marathonschaatsen. Een compleet andere discipline, waar niet zomaar iedere schaatser goed in is.

Dat was al te zien bij de tweede baanmarathon op woensdagavond. Pepijn van der Vinne, uitgegroeid tot een boegbeeld van de club op nationaal schaatsniveau, reed mee in de C1 klasse. In een man tegen man gevecht zou elke deelnemer aan die marathon het hebben afgelegd tegen de gigantische klappen van Van der Vinne. Maar in een wedstrijd over 50 ronden gelden andere wetten. Pepijn reed in de beginfase goed mee, ging zelfs rond met een kopgroep, maar daarna was de pijp leeg. Ik herinner mij nog altijd zijn woorden van een week later. “Ik heb nog drie dagen spierpijn gehad.”

Maar Pepijn is natuurlijk niet de enige langebaan-schaatser die ondervonden heeft dat je een marathon niet zomaar uitrijdt, laat staan wint. De beelden van een bloedende, en stoempende Erben Wennemars op de Belterwiede tijdens het NK op natuurijs, die herinnert iedereen zich nog wel.

Op de Jaap Eden baan in Amsterdam stond afgelopen zaterdag de hele 1NP formatie aan de start. De rijders hadden allemaal naast een ticket voor de wereldbeker gegrepen. Dan heb je als professioneel langebaan-schaatser al snel geen wedstrijden meer op het programma. “Dan maar marathon!” moet de trainer gedacht hebben. Een vlugge blik door de lijst van PR’s op de 5 kilometer, en de schrik slaat mij om het hart. Ben Jongejan rijdt 6.26, waar ik een record heb staan van 8.02 minuten! (tijd van 2 jaar terug, kan nu vast sneller hoor!). Dat is toch een onmogelijke opgave om die jongens te verslaan?!

Het startschot klinkt, en de langebaan-schaatsers gaan er gelijk als hazewindhonden vandoor. Ik rij een goede wedstrijd maar kom halverwege ten val! Het betekent een vroegtijdig einde van mijn wedstrijd. Balend loop ik de kleedkamer binnen, en zie dat ik niet de enige ben. Ik word vergezeld door vier mannen in blauwe pakken. Ze zijn niet gevallen, of uit de wedstrijd gehaald. Ze waren katskapot! Tegenover mij zit Ben Jongejan, in 2008 nog goed voor brons op het NK Allround. Met zijn hoofd voorover gebogen spreekt hij de woorden: “Ik schaam me dood dat ik hier nu al zit”. Graag spreek ik hem hierbij wat moed in. “Kop op Bennie, de marathon is geen makkie. Je kan altijd nog langebaan-schaatser worden!”

Barry de Vries.